Begin dit jaar liet Samsung iets zien waarvan jarenlang werd gezegd dat het nog niet kon: een telefoon die niet één keer maar twee keer vouwt, en die opengeslagen een scherm van zo’n tien inch oplevert. Ongeveer het formaat van een kleine tablet, opgevouwen in je broekzak.
Hij heet de Galaxy Z TriFold, hij bestaat echt, en de kans dat je hem ooit in een Nederlandse winkel ziet liggen is klein. Dit artikel gaat over waarom — en waarom dat eigenlijk logisch is.
Wat het toestel is
Drie schermpanelen, verbonden door twee scharnieren van titanium die naar binnen vouwen. Dichtgeklapt heb je een telefoon van bijna dertien millimeter dik; ter vergelijking, een gewone vouwtelefoon uit dezelfde familie zit rond de negen millimeter. Opengeslagen heb je een werkblad waar je een document naast een videogesprek naast je agenda op kwijt kunt.
De prijs bij introductie lag rond de 2.900 dollar. Dat is geen verschrijving.
Waar hij wel verscheen
Samsung bracht het toestel uit in een handvol markten: Zuid-Korea, Singapore, de Verenigde Arabische Emiraten, en kort daarna de Verenigde Staten. In Europa is hij nooit officieel uitgebracht — geen Nederlandse introductie, geen Nederlandse prijs, geen Nederlandse garantie.
En in de Verenigde Staten is hij inmiddels niet meer leverbaar zodra de voorraad op is.
Waarom zo klein uitgerold?
Dit is het interessantste deel, en het zegt meer over hoe de telefoonmarkt werkt dan over dit ene toestel.
Een toestel als dit is in de eerste plaats een demonstratie. Samsung laat zien dat het scharnier werkt, dat de schermen de vouw overleven, dat de software met drie panelen overweg kan. Dat is waardevol, ook als er maar een paar duizend van verkocht worden.
Daar komt bij dat de productie moeizaam is. Twee scharnieren en drie panelen betekent dat er veel meer mis kan gaan dan bij een gewoon toestel, en dat de uitval in de fabriek hoger ligt. Je kunt zoiets niet zomaar in miljoenen maken.
En dan de prijs. Bij bijna drieduizend euro praat je over een markt van liefhebbers en zakelijke kopers, niet over een toestel dat je in een gemiddelde winkel kwijt kunt.
Wat het betekent voor wat jij wél kunt kopen
Dit is waar het praktisch wordt. Techniek die begint als demonstratie zakt namelijk vrijwel altijd door naar toestellen die wel gewoon te koop zijn.
Het scharnier dat hier wordt uitgeprobeerd, wordt over een paar jaar het scharnier in een normale vouwtelefoon. De softwareaanpassingen voor meerdere vensters naast elkaar komen terecht in toestellen die de helft kosten. Zo ging het met de eerste vouwtelefoons ook: duur, kwetsbaar, beperkt leverbaar — en inmiddels een normale categorie.
Komt er een opvolger?
Volgens geruchten werkt Samsung aan een tweede generatie, die dunner en lichter zou worden dankzij een nieuw scharnierontwerp. Genoemde periode: ergens in 2027, mogelijk gelijk met de gewone vouwbare toestellen.
Of die breder beschikbaar komt, is onbekend. Samsung heeft daar volgens de berichten nog geen besluit over genomen.
En zoals altijd bij dit soort berichten: niets hiervan is officieel. Geen naam, geen datum, geen prijs, geen markt.
Kun je er zelf een bemachtigen?
Technisch kan het — via importeurs duikt zo’n toestel wel eens op. Maar wij zouden het afraden, en het is goed om te weten waarom.
Een toestel zonder officiële Nederlandse introductie heeft hier geen fabrieksgarantie. Gaat er iets stuk, dan is er geen servicepunt dat het aanneemt. Software-updates kunnen per regio verschillen. En bij een toestel met twee scharnieren is de kans op een reparatie nu eenmaal groter dan bij een gewoon exemplaar.
Dat is precies de reden waarom wij alleen toestellen verkopen die hier officieel op de markt zijn: dan weet je waar je terechtkomt als het misgaat.
Wat drie schermen met software doen
Het technische kunststuk zit niet alleen in het scharnier. Een toestel dat van telefoonformaat naar tabletformaat gaat, moet onderweg beslissen wat er met je apps gebeurt.
Open je een app op het kleine scherm en vouw je open, dan moet die app zich opnieuw indelen zonder dat je je plek kwijtraakt. Dat klinkt vanzelfsprekend en is het niet: elke app is apart gebouwd, en lang niet elke ontwikkelaar heeft rekening gehouden met een scherm dat van formaat verandert terwijl je bezig bent.
Bij twee panelen is dat al lastig. Bij drie komt er een stand bij waarin het toestel half open is, en dan moet de software kiezen welke indeling logisch is. Dat soort beslissingen is precies waar zo’n demonstratietoestel voor dient: ze worden hier uitgevonden en komen later terecht in software die iedereen gebruikt.
Wat dit zegt over hoe vernieuwing verloopt
Het patroon is in deze branche opvallend consistent, en het helpt om het te herkennen.
Een nieuwe techniek verschijnt eerst in een duur, slecht leverbaar toestel dat vooral bedoeld is om te laten zien dat het kan. Een paar jaar later zit dezelfde techniek in de topmodellen van dezelfde fabrikant, en weer een paar jaar later in het middensegment.
Zo ging het met schermen die doorlopen tot de rand, met draadloos opladen, met waterdichtheid en met vouwen zelf. Niets daarvan was in het begin verstandig om te kopen, en alles daarvan is nu normaal.
Dat is ook het nuttigste om mee te nemen uit dit verhaal: een toestel dat nú onbereikbaar is, voorspelt redelijk betrouwbaar hoe jouw telefoon er over vijf jaar uitziet.
Wat we er zelf van vinden
Het is prachtig gereedschap en we snappen de aantrekkingskracht. Maar voor vrijwel iedereen is dit niet het toestel om op te wachten.
De interessantere vraag is wat er over twee of drie jaar van deze techniek doorsijpelt naar toestellen die wel gewoon te koop zijn, mét garantie en tegen een prijs waar je niet van schrikt. Dat is waar wij naar kijken.
Ben je intussen nieuwsgierig naar wat vouwen nu al oplevert? Kijk dan naar de Samsung-toestellen die hier wél verkrijgbaar zijn — daar zit inmiddels meer techniek in dan de eerste vouwtelefoons ooit hadden.





